Ziekte en arbeidsongeschiktheid: een nachtmerrie voor de kleine werkgever

Nachtmerrie kleine werkgever Een langdurig zieke werknemer of een medewerker die (deels) arbeidsongeschikt raakt – veel kleine ondernemers liggen er letterlijk wakker van. Begrijpelijk, zegt Please-adviseur Arno van Helvoirt. Want als gevolg van een opeenstapeling van wettelijke regelingen kun je als werkgever tot wel twaalf jaar de financiële gevolgen van een arbeidsongeschikte of zieke medewerker aan den lijve voelen. Van Helvoirt zet de zaken nog eens op een rijtje..
Je dacht het al een tijdje te merken. Medewerker Karin leek al een tijdje niet lekker in haar vel te zitten. En dan meldt ze zich plotseling ziek met een door de huisarts geconstateerde burn-out. Karin is in vaste dienst. Dat betekent dat je als werkgever gehouden bent twee jaar lang haar salaris door te betalen. Financieel een zure appel, want je zult ook kosten moeten maken om de werkzaamheden van Karin tijdelijk door een ander te laten verrichten.

Maar daar stopt het niet. In het kader van de Wet Verbetering Poortwachter moet je er tevens voor zorgen dat Karin zo snel mogelijk weer aan de slag kan. De Wet Verbetering Poortwachter gaat ervan uit dat Karin zelf voor een groot deel verantwoordelijk is voor haar herstel. Zij moet zich er zelf actief voor inzetten om ervoor te zorgen dat ze zo snel en zo gezond mogelijk weer aan het werk kan. Dat gebeurt op basis van een zogenaamd ‘persoonlijk herstelplan’.

Echter, als ondernemer ben jij degene die het proces moet bewaken, waarbij het van groot belang is dat alle ondernomen acties en afspraken schriftelijk worden vastgelegd in een (digitaal) verzuimdossier. Je wordt, kortom, geacht de dialoog met Karin gaande te houden en een actieve rol te spelen bij haar herstelproces. Dat kost niet alleen tijd – als je niet tijdig de juiste interventies pleegt, kan het ook nog eens leiden tot een loonsanctie vanuit het UWV.

Misschien heb je geluk, en komt Karin na een half jaar weer terug en kan zij haar oude werk weer oppakken. Maar het kan ook zo zijn dat Karin na ruim driekwart jaar nog steeds ziek is. Je moet dan uiterlijk de eerste werkdag na de 42e ziekteweek bij het UWV aangifte doen van langdurige ziekte: de 42e-weeksmelding. En na een jaar dien je samen met Karin de aanpak tot op dat moment te evalueren.

Kortom: een werknemer die ziek thuis zit, brengt voor jou een hoop werkzaamheden mee. Die kun je natuurlijk uitbesteden aan een Arbo-dienst. Dan weet je zeker dat het re-integratietraject professioneel wordt uitgevoerd. Je weet echter ook zeker dat een gepeperde rekening op de mat zal vallen.

Maar het kan nog erger. Want het kan ook zijn dat Karin na twee jaar ziek uit dienst gaat. Sinds de invoering van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters geldt dat de Ziektewet-uitkering van een zieke werknemer (ziekengeld) aan de laatste werkgever kan worden toegerekend. Hetzelfde geldt voor een eventuele WGA-uitkering die volgt op het ziekengeld. De toerekening van het toegekende ziekengeld aan de laatste werkgever vindt plaats door de introductie van de gedifferentieerde premie voor de Ziektewet. Een ingewikkelde regeling, die erop neerkomt dat je mogelijk tot tien jaar (!) na Karin’s vertrek een flink hogere premie moet afdragen.

Tijd, geld en energie
Van Helvoirt: “Bovenstaand verhaal is natuurlijk het doemscenario van elke werkgever, en zo’n vaart hoeft het natuurlijk niet te lopen. Maar feit is dat dit geen sprookjes zijn, dit soort verhalen komen dagelijks voor. Het voert te ver om alle ins en outs rondom langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid hier te behandelen. Maar één ding is zeker: de kans dat het jou als ondernemer geld, tijd en energie zal kosten is 100% - ook als je in feite geen enkele blaam treft voor het gebeurde.”

Hij vervolgt. “Een geval als Karin kan voor ondernemers behoorlijk traumatisch zijn. En niet zelden een reden om geen medewerkers in vaste dienst meer aan te nemen, maar te gaan payrollen. Want los van het feit dat je dan als werkgever een veel ruimere keuze hebt in contractvormen – verleg je het risico voor langdurige ziekten en/of arbeidsongeschiktheid volledig naar de payrollorganisatie, tegen een vaste, vooraf overeengekomen fee. Voor wie ’s nachts in bed wakker ligt van deze specifieke risico’s van het werkgeverschap, kan payrollen een rustgevend alternatief zijn.”


- Arno van Helvoirt, Zakelijke dienstverlening specialist