Stine Jensen - Zijn is doen

Stine Jensen Een veelgehoorde klacht over flexibele arbeidscontracten is dat ze te weinig ‘zekerheid’ bieden en mensen niet in staat stellen ‘iets op te bouwen’. Wat is het dat zoveel mensen op zoek zijn naar zekerheid? Wat maakt dat vrijwel iedereen de wens heeft bezit op te bouwen? Zijn wij mensen daartoe soms van nature geprogrammeerd? Please Magazine vroeg het de Deens-Nederlandse filosofe en publiciste Stine Jensen.

Laat ik maar met de deur in huis vallen: ben je zelf een zekerheid-zoeker?
“Tja. Ik ben net verhuisd en toen ik bij de bank kwam om een hypotheek af te sluiten zei een medewerker daar: ‘Mevrouw Jensen, houdt u van zekerheid of bent u avontuurlijk ingesteld?’ Ik vond dat wel een confronterende vraag, want ik ben geneigd te zeggen: ik weet liever waar ik aan toe ben. Maar ‘avontuurlijk ingesteld’ klinkt natuurlijk wel een heel stuk leuker… Laat ik eerlijk zijn: ik heb een vaste betrekking voor ongeveer de helft van mijn tijd, de rest vul ik freelance in. Die combinatie vind ik heel comfortabel.”

Waarom zoeken mensen zo naar ‘zekerheid’? Zelfs als dit op het eerste gezicht in belangrijke mate ten koste gaat van het meest waardevolle dat we bezitten, namelijk vrijheid?
“Wie geen enkele zekerheid heeft, is niet vrij. De vluchtelingen die nu uit Syrië komen, zijn misschien wel gedreven door vrijheidsdrang, maar ik denk niet dat ze zich op dit moment erg vrij voelen. Maar goed, waarom zoeken mensen naar zekerheid? Als je naar kleine kinderen kijkt, zou je haast zeggen dat het biologisch bepaald is. Mijn dochtertje wil eigenlijk dat alles elke dag hetzelfde gaat. Een leuke film gezien? Volgende dag wéér diezelfde film zien, want ze weet nu zeker dat dát een leuke film is. Voor haar is de wereld enorm, met elke dag weer nieuwe impulsen. Dan heb je als kind grote behoefte aan zekerheden in de huiselijke sfeer. Vraag is: wat blijft daarvan over als we volwassen worden? Je zou kunnen verdedigen: de wereld blíjft enorm, het aantal impulsen is in deze samenleving gigantisch groot, elke dag weer. En dus blijven mensen naar ankerpunten zoeken. Voor sommigen is dat geld, voor anderen een relatie of kinderen, en veel mensen zoeken dat ankerpunt in hun werk.”

Hangt zekerheid in dit verband ook samen met veiligheid?
“Dat denk ik wel. Zekerheid en veiligheid, zekerheid en angst, en misschien ook wel zekerheid en geluk zijn woordenparen die sterk met elkaar verbonden zijn. Als je je onzeker of niet veilig voelt, zul je moeilijk geluk kunnen ervaren. Het is wel aardig te melden dat de Denen altijd bovenaan staan in de lijstjes van meest gelukkige volkeren. Maar ‘geluk’ is voor Denen nauw verbonden met de notie van een ‘betrouwbare overheid’. Zij zijn zo gelukkig omdát ze het gevoel hebben altijd ergens op terug te kunnen vallen.”

Zit het zoeken naar zekerheid ook niet een beetje in onze Calvinistische traditie?
“Er zal zeker een culturele component zijn in ons verlangen naar zekerheid en bezit. We hebben een lange traditie waarin spaarzin en een appeltje voor de dorst gelijkstaan aan deugdzaamheid. Dat tekent nog steeds de verhoudingen tussen Noord- en Zuid-Europa. Je ziet het ook terug in de taal: in het Nederlands hebben woorden als ‘onzeker’, ‘wankel’ en ‘twijfel’ allemaal een duidelijk negatieve lading. Terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. Twijfel is bijvoorbeeld de grondslag van alle wetenschap, dankzij twijfel komen we als mensheid verder.”

Ontbreekt het mensen die heel erg naar zekerheid zoeken niet domweg aan voldoende zelfvertrouwen?
“Hoe meer zelfvertrouwen je hebt, hoe gemakkelijker je doorgaans kunt dealen met onzekerheid. Vandaar ook dat de behoefte aan zekerheid per individu verschilt. Ondernemers zijn in dat opzicht dappere mensen, die bewonder ik wel. Dat je op basis van een visie of een geloof gewoon iets heel nieuws begint, zonder de zekerheid dat het een succes wordt… er zijn mensen die beweren dat we allemaal ondernemer zijn. Ik waag dat te betwijfelen. Er is een slag mensen die het in zich hebben, die het lef hebben en die creatief genoeg zijn, maar er zijn ook veel mensen voor wie dat niet is weggelegd.”

Speelt opvoeding nog een rol?
“Absoluut. De manier waarop je ouders in het leven stonden ten opzichte van zekerheid en bijvoorbeeld geld, vormt ook jouw kijk op de zaak. Je neemt die houding grotendeels over, of je zet je er juist tegen af. De kunst is om het echt van jezelf te maken en dat betekent dat je zo nu en dan eens iets moet durven te doen dat tegen je ‘overgeërfde’ houding ingaat. De Deense filosoof Søren Kierkegaard heeft gezegd: ‘Durven is even je evenwicht verliezen. Niet durven is jezelf verliezen.’ Iets durven is je angst overwinnen, maar in dat moment van angst overwinnen ervaar je wél vrijheid. Mensen die altijd maar beren op de weg zien, komen niet ver.”

Intussen hamert dit kabinet op zelfredzaamheid, een leven lang leren, jezelf blijven ontwikkelen als zelfstandige ‘professional’… Hoe realistisch is dat eigenlijk? Waarom is het eigenlijk ‘verkeerd’ als je veertig jaar voor dezelfde baas wilt werken?
“Wat hier een belangrijke rol speelt is de identiteitsdefinitie waarmee we sinds de jaren vijftig opgescheept zitten. Die luidt: ‘zijn is doen’. Ofwel: alleen de bewegende mens is een volwaardig mens. Dat is ons mensbeeld geworden: als je niet maatschappelijk ‘beweegt’, dan is dat eigenlijk niet oké. Je moet ‘ondernemen’. En ja, een bedelaar op straat, die onderneemt dus niet. Moet je die dan toch helpen? Daar kun je op twee manieren naar kijken. De aanhangers van de filosofie van Nietzsche – zeg maar de VVD – zeggen: ‘Niks geven, want dan hou je de bedelaar maar in zijn rol en verwerp je zijn autonomie. Zelfredzaam maken.’ De aanhangers van Jeremy Bentham – zeg maar de PvdA – zeggen: ‘Wel helpen, want we hebben als mensen veel met elkaar gemeen en als de bedelaar minder lijdt, gaat het netto-geluk van allen omhoog.’ Het probleem is: in allebei de visies zit een kern van waarheid. En dat tegenstrijdige zie je dus overal terugkomen: in de inrichting van de ontwikkelingshulp, in de manier waarop we met vluchtelingen omgaan, en eigenlijk ook op de arbeidsmarkt. We hoeven echt niet allemaal een Richard Branson te zijn. Maar een land vol mensen die geen initiatief nemen en die je van de wieg tot het graf moet pamperen werkt ook niet.”

Tot slot: jonge mensen lijken minder problemen te hebben met minder zekerheid, en al helemaal met minder bezit. Hoe zie jij dat?
“Ik heb niet echt een glazen bol, maar het zou met alle ontwikkelingen die je nu ziet naïef zijn te verwachten dat de oude tijden nog terugkomen. Er wordt op dit moment heel veel geschreven over ‘The Second Machine Age’, waarin steeds slimmere robots steeds meer werk van ons overnemen. Dat dwingt ons om na te denken over wat daarvoor in de plaats kan komen. Minder of ‘slow’ werken? Een basisinkomen en misschien wel helemaal niet werken, en je leven op een andere manier zinvol besteden? Het is helemaal niet uit te sluiten dat de hele discussie ‘vast’ of ‘flex’ over twee of drie decennia compleet achterhaald is, net als het idee van heel veel persoonlijk ‘eigendom’ of ‘bezit’. De enige zekerheid die we als mens hebben is onze eigen creativiteit en ons vermogen tot denken. Dat zal altijd belangrijk blijven.”

Bekijk hier de pdf van het artikel.