Zebrapaden op de arbeidsmarkt

Ton Wilthagen en Ruud Muffels

Ruud Muffels en Ton Wilthagen - hoogleraren Arbeidsmarkt

Vorig jaar lanceerde Please Payroll het werknemersbedrijf: een nieuw concept dat werknemers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt werk- en inkomenszekerheid biedt. Werkzekerheid kan echter ook op een andere manier worden bereikt, stellen de Tilburgse hoogleraren Ruud Muffels en Ton Wilthagen.
Zij bedachten voor de Gelderse werkgeversvereniging WZW een ‘regionaal transitiebedrijf’ dat zich richt op de transitie van werk naar werk voor werknemers in de zorg. “Dit is een nieuwe vorm van werkgeverschap die dienstbaar is aan het bedrijfsleven.”

We schrijven eind 2012 als Arno Spitters, dan net aangesteld als nieuwe directeur van de regionale werkgeversvereniging voor zorg en welzijn Salus Gelria, de Universiteit van Tilburg benadert. Spitters maakt zich zorgen: de beleidsvoornemens van het nieuwe kabinet Rutte II zullen ertoe leiden dat grote aantallen arbeidsplaatsen in de zorg zullen verdwijnen. Niet alleen omdat een deel van de zorgtaken wordt overgeheveld naar de gemeenten, maar ook omdat er forse tariefkortingen worden aangekondigd. En dat terwijl de commissie Bakker nog kort tevoren grote arbeidstekorten in de zorgsector had voorspeld, onder meer als gevolg van de toenemende vergrijzing. Spitters vraagt zich af: is er een mogelijkheid om deze paradoxale situatie het hoofd te bieden en te voorkomen dat grote groepen goed opgeleide en gemotiveerde werknemers de zorgsector gedwongen moeten verlaten – om er nooit meer naar terug te keren?

Deze complexe vraag belandt in 2013 op het bureau van Ruud Muffels, hoogleraar Arbeidsmarkt en sociale zekerheid, en Ton Wilthagen, hoogleraar Institutionele en juridische aspecten van de arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg.

“Spitters had in onze ogen absoluut een punt”, zeggen Muffels en Wilthagen. “De huidige druk op de werkgelegenheid in de zorg is namelijk het rechtstreekse gevolg van de financiële crisis en het daaruit voortvloeiende bezuinigingsbeleid. Welbeschouwd is de zorg op de lange termijn helemaal geen krimpende sector, want de vraag naar zorg blijft of stijgt alleen nog maar. Het is dus heel belangrijk om ervoor te zorgen dat je zoveel mogelijk boventallige werknemers aan nieuw werk binnen of desnoods buiten de sector helpt, zodat ze courant en gemotiveerd blijven. Zij zijn het kapitaal dat we straks weer nodig hebben.”

E-portfolio's
Muffels en Wilthagen presenteren vervolgens aan Spitters een mogelijke oplossing voor zijn probleem. Ze stellen voor een zelfstandig ‘regionaal transitiebedrijf’ op te richten dat boventallige zorgwerknemers zélf in dienst neemt om deze vervolgens te begeleiden naar een nieuwe baan. Als het kan binnen, maar als het moet buiten de zorgsector.

Niet lang daarna doopt Salus Gelria zichzelf om tot WZW (Werkgeversvereniging Zorg en Welzijn). WZW en beide hoogleraren weten vervolgens zoveel bedrijven en zorginstellingen enthousiast te maken dat het geplande transitiebedrijf er in 2013 inderdaad komt. Sterker: een dik jaar verder in 2014 zijn inmiddels de eerste cohorten boventallige werknemers in de regio met succes bemiddeld.

Muffels legt kort uit hoe dit in zijn werk gaat. “Het transitiebedrijf neemt boventallige werknemers gedurende een jaar contractueel over van de bij WZW aangesloten bedrijven en zorginstellingen. Tijdens dit transitiejaar belast het transitiebedrijf de loonkosten nog door aan het ‘latende’ bedrijf of instelling. Als tegenprestatie worden de betreffende werknemers intensief gecoacht en zo nodig worden er aanvullende opleidingen aangeboden. Bovendien committeren andere bij WZW aangesloten zorginstellingen of bedrijven zich om éérst in de ‘pool’ van het transitiebedrijf te zoeken, voordat zij hun vacatures extern opvullen.”

Wilthagen vult aan: “Daarbij proberen we zo transparant mogelijk te zijn door zogenaamde e-portfolio’s van medewerkers op te stellen – zeg maar online profielen gebaseerd op wat mensen werkelijk kunnen en wat ze eventueel zouden kunnen, in plaats van slechts de laatst genoten opleiding en de laatst vervulde functie. Dat zegt namelijk in veel gevallen helemaal niets. We zetten medewerkers dus anders in de etalage dan gebruikelijk. Werkgevers betalen een geringe vergoeding om in dit e-matchingsysteem te mogen zoeken en blijken dit in toenemende mate ook te doen – juist omdat er op deze manier een beter beeld ontstaat van de competenties van de transitiemedewerkers.”

Overbodig
Op de vraag wat er gebeurt als het niet lukt om een boventallige werknemer binnen een jaar opnieuw aan werk te helpen antwoordt Muffels: “Dan zijn er twee opties. Of het transitiebedrijf besluit de werknemer voor eigen rekening en risico in dienst te houden, omdat deze op termijn alsnog goed bemiddelbaar is. Of er wordt contact opgenomen met het UWV, waarna de werknemer doorstroomt naar een UWV-traject.”

De beide bedenkers van het concept benadrukken dat het niet de bedoeling is dat het transitiebedrijf uitgroeit tot een alternatief soort UWV met de daarbij behorende logge administratieve organisatie. Sterker: het idee is gebaseerd op zoveel mogelijk uitbesteden, zegt Muffels. “We werken met zogeheten ‘communities’ bestaande uit professionals afkomstig van de bedrijven en instellingen die zijn aangesloten. Een coachingtraject zal dus eerder verzorgd worden door een HRMprofessional van een aangesloten instelling dan door het transitiebedrijf zelf. Het is de bedoeling dat het transitiebedrijf zichzelf op den duur overbodig maakt.”

Wilthagen noemt het WZW-transitiebedrijf een ‘nieuwe vorm van werkgeverschap die dienstbaar is aan het bedrijfsleven’. Hij zegt: “Er is in het verleden al geëxperimenteerd met dit soort concepten. We hebben daarvan geleerd dat je een zekere schaalgrootte nodig hebt en dat je het niet te complex moet maken. Deze pilot kenmerkt zich door een rechttoerechtaan handen-uit-de-mouwen-aanpak en dat blijkt veel bedrijven en instellingen aan te spreken.”Muffels: “Het mooie is ook dat de activiteiten van het transitiebedrijf zich eenvoudig laten uitbreiden naar medewerkers die weliswaar niet overtollig zijn, maar gewoon een carrièreswitch beogen. Ook zit er inmiddels een pool van werknemers onder het transitiebedrijf die het prima vinden om tijdelijke vacante functies in te vullen. En last but not least kunnen werkgevers er terecht met vragen over hoe je nu eigenlijk duurzame inzetbaarheid van werknemers kunt realiseren.”

Regionale ontwikkeling
Muffels en Wilthagen merken op dat het transitiebedrijf feitelijk niet meer dan een middel is. Waar het hun eigenlijk om te doen is, is ontwikkeling van de regionale arbeidsmarkt. Muffels: “De vraag is dan: hoe lukt het om alle stakeholders mee te krijgen op basis van een aantal gemeenschappelijke waarden? Uiteindelijk is dat gelukt door de urgentie van het probleem centraal te stellen en een soort missie te ontwikkelen die de deelnemers duidelijkheid bood over wat ze ‘weggaven’ aan het transitiebedrijf en wat ze daarvoor terugkregen. Je kunt zoiets eigenlijk alleen maar van de grond krijgen als je een gemeenschappelijke visie hebt over ‘goed werkgeverschap’ en ‘goed werknemerschap’ en er voldoende vertrouwen over en weer is.”

Mede om die reden is het concept van het regionaal transitiebedrijf niet zomaar een-op-een te kopiëren naar andere regio’s, zegt Wilthagen. “Of zoiets kan werken hangt sterk af van regionale setting en de arbeidsmarktstructuur”, zegt hij. “En laten we eerlijk zijn: ook van betrokken personen. Het concept is om zo te zeggen contextgevoelig.”

Toch lijkt WZW bewezen te hebben dat het mogelijk is om actieve bemiddeling van werk naar werk vorm te geven, zeggen Muffels en Wilthagen. “Dat baanzekerheid een gepasseerd station is, is inmiddels wel duidelijk. Alleen heeft de overheid tot nu toe nagelaten om zebrapaden op de arbeidsmarkt aan te leggen die de oversteek van werk naar werk echt vergemakkelijken”, aldus Wilthagen. “Het WZW-transitiebedrijf is in feite zo’n zebrapad. En het werknemersbedrijf van Please gaat zelfs nog een stap verder: dat zorgt ervoor dat er geen zebrapaden meer nodig zijn, omdat het zélf het transitieprobleem oplost. Met dit soort concepten vult de markt de leemte in die de overheid heeft laten ontstaan.”

Bekijk hier het artikel in het Please Magazine