Over formeren en regeren

Formatie kabinet commentaar Please

Over formeren en (demissionair) regeren

Op het moment dat ik dit schrijf is de eerste formatiepoging gestrand, heeft informateur Schippers haar opdracht teruggegeven en lijkt het erop dat Herman Tjeenk Willink een nieuwe poging mag gaan wagen. Hoe dan ook zal de formatie van een nieuwe regeringscoalitie nog veel tijd vergen en is de eindstreep voor het demissionaire kabinet Rutte II nog niet in zicht.
Dat is wat mij betreft niet direct positief, want dat houdt in dat demissionair minister van Sociale Zaken Asscher meer tijd krijgt om het, door dit kabinet ontwikkelde, beleid om te zetten in concrete maatregelen. En dat lijkt Asscher goed te beseffen. In de wetenschap dat hij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen onderdeel meer zal vormen van het nieuwe kabinet, maakt hij zijn ‘klus’ zo snel mogelijk af.

Zo zette hij vorige week via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) de eerste stap op weg naar het afschaffen van de zogenaamde sectorverloning voor uitzendbedrijven en payrollorganisaties. Het voert te ver om deze (fiscale) systematiek hier tot in detail uit te leggen, maar het komt erop neer dat nieuwe flex-aanbieders in de markt niet langer gebruik kunnen maken van verloning in de fiscale sector waartoe de medewerkers op basis van hun functie behoren. In plaats daarvan worden zij geconfronteerd met de hogere werkgeverslasten van de uitzendsector.

Weliswaar worden de reeds bestaande sector-indelingen tot nader order gedoogd, maar het is duidelijk dat als het aan Asscher ligt die in de toekomst ook onder vuur zullen komen te liggen. En om het even plat te slaan: dat zal betekenen dat alle uitzend- en payrollbedrijven geconfronteerd worden met hogere werkgeverslasten dan nu het geval is.

Even voortvarend timmert Asscher aan de weg als het gaat om het gedeeltelijk afschaffen van het minimumjeugdloon. Opnieuw erg technische materie, maar het komt er op neer dat jonge medewerkers in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar vanaf 1 juli tot bijna 19% duurder zullen worden. Denk daarbij vooral aan de horeca, supermarkten en andere bedrijfstakken waarin de Nederlandse jongeren momenteel nog snel aan het werk komen. Veel horecaondernemers die ik spreek zijn zich hier helemaal niet van bewust, maar in een sector met kleine marges is dat niet echt goed nieuws. Ook allerminst voor de jongeren zelf. De lage jeugdwerkeloosheid in Nederland zal daarmee helaas snel verleden tijd worden.

Asscher is er niet alleen van overtuigd dat flexwerk slecht is voor de werkgelegenheid, hij lijkt ook met het idee rond te lopen dat er heel veel werknemers aan het werk zijn die allang ontslagen zouden zijn als er niet zo’n goede ontslagbescherming was. Dat is een beetje een raar idee natuurlijk, want als bedrijven geen werk meer hebben voor mensen (of hetzelfde werk elders goedkoper kunnen laten doen) dan ontslaan ze die linksom of rechtsom toch wel – ook al is het tegen hoge kosten.

Persoonlijk denk ik dat het net andersom is: werkgeven moet juist minder ingewikkeld worden en ook niet zo beladen met risico’s. Want werkgevers hebben gewoon mensen nodig, en op het moment dat ze die met weinig risico’s en weinig rompslomp kunnen aannemen, dan is dat een flinke stimulans voor de werkgelegenheid. Een stimulans die momenteel alleen door payrollbedrijven gegeven wordt.

Laten we hopen dat Tjeenk Willink snel succes boekt. Want zoals het er nu uitziet, zullen we nog wel even last houden van een PvdA-minister die blijft doorgaan met het ingewikkelder maken van het werkgeverschap – en daarmee de handrem op het creëren van nieuwe werkgelegenheid stevig aangetrokken houdt.

Hans van de Ven
Algemeen Directeur Please Payroll