Terug naar overzicht
Kennisbank

Soorten pensioenregelingen via de werkgever

Als de werkgever kiest voor een pensioenregeling kan hij kiezen uit drie soorten pensioenregelingen die de hoogte en de vorm van het pensioen van de medewerker bepalen:

  • uitkeringsovereenkomst
    – middelloonregeling
    – eindloonregeling
    – gematigd eindloonstelsel
  • Premieovereenkomst
  • Kapitaalovereenkomst

Please legt graag uit wat de verschillende regelingen inhouden.

Uitkeringsovereenkomst – middelloonregeling

De hoogte van de pensioenuitkering is afhankelijk van het gemiddelde salaris van de medewerker genomen over de periode dat hij in dienst was voor de werkgever.

Uitkeringsovereenkomst – eindloonregeling

De hoogte van de pensioenuitkering is een percentage (bijvoorbeeld 70%) van het laatstverdiende loon van de medewerker.

Uitkeringsovereenkomst – gematigde eindloonregeling

De gematigde eindloonregeling is een combinatie van de eindloonregeling en de middelloonregeling. De medewerker ontvangt tot een bepaalde leeftijd de eindloonregeling. De salarisopbouw na deze leeftijd wordt gemiddeld. Beiden bepalen dan de hoogte van de pensioenuitkering. Deze regeling komt niet vaak meer voor.

Premieovereenkomst

De premieovereenkomst wordt ook wel beschikbare premieregeling genoemd. Bij deze pensioenregeling staat de hoogte van de pensioenuitkering niet vast. De premie die de werkgever en medewerker inleggen wordt wel vooraf vastgesteld. De ingelegde premie wordt belegd tot de medewerker met pensioen gaat. Hoe hoger het rendement van de beleggingen, hoe hoger het pensioenkapitaal voor de medewerker. De medewerker kan ervoor kiezen om verder te beleggen als hij met pensioen gaat, of maandelijks een vaste uitkering te ontvangen. De werkgever loopt middels deze pensioenregeling het minste risico.

Kapitaalovereenkomst

Bij deze regeling weet de medewerker vooraf precies welk pensioenkapitaal hij ontvangt op het moment dat hij met pensioen gaat. Met dit kapitaal kan de medewerker zelf een pensioenuitkering kopen als hij met pensioen gaat.

Er is dus een risico voor de pensioenuitvoerder of werkgever om ervoor te zorgen dat er ook daadwerkelijk voldoende kapitaal is als de medewerker met pensioen gaat. Maar er is ook een risico voor de medewerker. Het kan namelijk zijn dat het vastgestelde kapitaal niet meer voldoende is voor een levenslange uitkering. Je bent namelijk afhankelijk van de rentestand. Staat de rente laag dan krijg je minder pensioen voor je kapitaal. Staat de rente hoog dan krijg je een hoger pensioen.