Terug naar overzicht

FNV verliest bezwaarprocedure tegen eigen cao Please

Een poging van FNV Bondgenoten om de dienstverlening van payroll organisatie Please onderuit te halen is op niets uitgelopen. Gisteren werd bekend dat een door de vakbond aangespannen bezwaarprocedure tegen de eigen Please cao ongegrond is verklaard. Hieruit blijkt dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid payroll nog altijd erkent als een zelfstandige vorm van dienstverlening met toegevoegde waarde voor de samenleving. 


FNV maakte in oktober vorig jaar bezwaar tegen de eerdere beslissing van de Minister om Please dispensatie te verlenen van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van de ABU cao. Please verkreeg deze vrijstelling omdat de onderneming een eigen cao had weten af te sluiten met veelal betere condities dan de ABU cao.

Dispensatie

Volgens FNV Bondgenoten ten onrechte, waarbij de vakbond zich primair baseerde op meerdere uitspraken van lagere rechters. Daaruit zou afgeleid kunnen worden dat payroll ondernemingen geen rechtsgeldige arbeidsovereenkomst kunnen afsluiten met payroll medewerkers. Secundair stelde de bond dat dispensatie niet verleend had mogen worden omdat de Please cao niet wezenlijk zou afwijken van de ABU cao. Tot slot zou payrolling in strijd zijn met de geest van de Wet werk en zekerheid, die immers het oneigenlijk gebruik van flexconstructies wil tegengaan, aldus FNV.

Bezwaren ongegrond verklaard

Geen van de door de vakbond naar voren gebrachte argumenten heeft echter stand gehouden: het ministerie heeft inmiddels per brief laten weten de bezwaren van FNV Bondgenoten ongegrond te verklaren. Volgens de Minister zijn de arbeidsovereenkomsten die Please sluit wel degelijk rechtsgeldig, is dispensatie tegen de achtergrond van het huidige wettelijk kader terecht verleend en kan de Wet werk en zekerheid mogelijk toekomstige gevolgen hebben voor de payroll sector, maar geen terugwerkende.

Blij met uitspraak

Please-directeur Hans van de Ven is blij met de uitspraak: “Wij bieden een eerlijke dienstverlening aan die zich op positieve wijze onderscheidt van die van mogelijke ‘malafide’ dienstverleners. We voelen ons door deze uitspraak gesteund door de Minister en blijven onze hoogwaardige dienstverlening dan ook op dezelfde voet voortzetten voor onze opdrachtgevers en medewerkers.”